Een dag niet geïnvesteerd in mensen is een verloren dag

In de raadsvergadering afgelopen week is de nieuwe Participatieverordening voor de Regionale Sociale Dienst (WIL) vastgesteld. De verordening omschrijft de rechten en plichten voor inwoners met een bijstandsuitkering. GroenLinks stemt niet in met deze verordening, want hij zorgt ervoor dat onze regionale sociale dienst ongeveer de strengste van Nederland wordt. Dat is een verkeerde ontwikkeling. GroenLinks wil investeren in mensen en ze niet langdurig onderbetaald aan het werk zetten in niet-passende banen met onbetaalde pseudo-participatie. David Jimmink zet onze argumenten tegen de verordening op een rij.

Bijdrage David Jimmink in het debat over de Participatieverordening WIL
Raadsdebat, 12 november 2013

Voorzitter,

Bij al destijds alom geprezen voormalige Vakwerk werd bij de opening feestelijk een banner onthuld met daarop de tekst “Een dag niet geïnvesteerd in mensen is een verloren dag”. Onthoud deze tekst even: een dag niet geïnvesteerd in mensen is een verloren dag. GroenLinks gaat namelijk tegen de participatieverordening stemmen met dit in het achterhoofd.

Waarom kunnen we de participatieverordening niet steunen?

  1. GroenLinks vindt het belangrijk om mensen die zich met grote inkomens- en werkgerelateerde problemen melden te ondersteunen. We willen er zijn voor onze burgers, maar met de nieuwe participatieverordening zijn we er voor steeds meer burgers niet.
    Sinds 1 mei zijn er 146 meldingen aan de poort van WIL binnengekomen. In 74 gevallen werd een uitkering voorkomen, veelal omdat er een voorliggende voorziening zou bestaan. Uitkeringen voorkomen heet bij WIL de preventiequote. Ik vind het bijzonder treurig als bij WIL gepraat wordt over een preventiequote - mensen kloppen namelijk niet voor niets bij WIL aan, die hebben ondersteuning nodig. En eenmaal afgewezen zijn deze mensen met een ondersteuningsvraag ook uit beeld voor WIL. De directeur van WIL, Rob Esser, gaf tijdens de bijpraatavond aan dat het goed zou zijn om deze mensen te volgen, maar dat moet dan wel gaan gebeuren. Graag een reactie van de wethouder hierop.
  2. Nog maar enkele jaren geleden werd je als je werkloos was nog geholpen door de sociale dienst. Verdiende je € 2000,- bruto dan kreeg je op reïntegratie gerichte ondersteuning en werd ook opleiding voor je betaald. Er werd in je geïnvesteerd. Bij WIL is nu er alleen hulp voor cliënten die max. 110% van de bijstandsnorm verdienen. Heb je een partner die meer verdient of woon je als jongere thuis, dan blijft de poort gesloten.
  3. WIL praat over 4 klantengroepen, maar de grootste groep wordt nauwelijks meer genoemd: de Niet-uitkeringsgerechtigden (de NUG-ers). In de vorige participatieverordening kon ook een niet-uitkeringsgerechtigde die niet beschikte over een startkwalificatie scholing krijgen. Het participatiebudget wordt nauwelijks meer voor scholing gebruikt, dit budget wordt voor 65-80% gebruikt voor inzet van eigen personeel van WIL.
  4. Er wordt een budgetplafond ingesteld (artikel 7). Zo ontstaat een onwenselijke situatie. In artikel 5 wordt een belanghebbende verplicht gebruik te maken van aangeboden voorzieningen. Doe je dat niet, dan volgen er maatregelen. Maar in een aantal gevallen kan je niet van de voorziening gebruik gaan maken omdat het plafond is bereikt. De rechten van de belanghebbenden worden zo ingeperkt. De vraag is of dit tot willekeur leidt.
  5. In de oude verordening (artikel 4) werd ook gesproken over werken met behoud van uitkering. Maar voor maximaal 3 maanden. In deze verordening is dat nu veel te veel opgerekt, namelijk tot maximaal 2 jaar. GroenLinks vindt dit raar en we verwachten dat hierdoor wel degelijk verdringing van regulier werk kan plaatsvinden.
  6. Participatieplaatsen leiden voor de cliënt niet tot extra vergoedingen. De mogelijkheid hiertoe bestond in de vorige participatieverordening nog wel (artikel 9). En zelfs in vergoeding van reiskosten tot 15 km enkele reisafstand wordt niet voorzien. En dat is vreemd: je werkt verplicht met behoud van de bijstand, maar je moet wel betalen om bij dit werk te komen.
  7. En tot slot: het begrip Nazorg heeft een wel heel globale invulling gekregen (voorheen in voorzien in artikel 11). De PvdA gaat hier iets over zeggen.

Samenvattend

Wij vinden dat de participatieverordening er is voor een te beperkte groep mensen en deze beperkte groep krijgt veel verplichtingen en te weinig participatierechten. WIL is er trots op dat zij de beste sociale dienst is qua hoeveelheid financiën die zij nodig heeft, maar wij willen niet de beste sociale dienst op economisch niveau, wij willen de beste sociale dienst op sociaal niveau.

Voor de mensen in deze doelgroep is het uiterst belangrijk dat zij weer kunnen participeren door werk of anderszins. Daarom moeten we er alles aan doen om hen te ondersteunen. En dan ben ik weer – geachte voorzitter - terug bij de spreuk die bij Vakwerk aan de muur hing: Een dag niet geïnvesteerd in mensen is een verloren dag.