Zorgen om invoering Participatiewet

De Participatiewet wordt waarschijnlijk ingevoerd per 1 januari 2015. GroenLinks maakt zich zorgen over de invoering van deze wet. Fractievoorzitter Tijm Corporaal: "Hoe beperken we de maatschappelijke schade voor de komende jaren?" Gaat de wet opleveren wat ooit de bedoeling was? Van verschillende kanten wordt erop gewezen dat de Participatiewet kwetsbare mensen heel waarschijnlijk niet aan meer of beter werk gaat helpen. Toch moeten we de wet invoeren. Naar aanleiding van de inbreng van deskundigen gaf GroenLinks tijdens de raadsvergadering van 3 juni vier tips aan het college van B en W.

Bijdrage GroenLinks aan het raadsdebat over de Invoeringsstrategie Participatiewet

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Eerste Kamer heeft op 15 april jl. een gesprek met deskundigen gevoerd over het voorstel Invoeringswet Participatiewet.
Voorzitter, deze deskundigen toonden zich overwegend negatief.

Kunnen we door de participatiewet kwetsbare mensen beter begeleiden naar werk?

De combinatie van veel werklozen, grootschalige decentralisatie en heftige bezuinigingen stelt ons niet gerust. Het wordt minder voor werklozen, voor mensen in de bijstand en voor mensen in de sociale werkvoorziening. Het participatiebudget verdwijnt in de tekorten van het SW-bedrijf of in de ondersteuning van de SW-medewerker. De gewone bijstandsgerechtigde krijgt steeds minder aandacht. Dat blijkt ook uit de prestaties van WIL. Die zijn toch onthutsend laag te noemen (184 betaalde plaatsingen in één jaar en maar 241 onbetaald)  Feitelijk is er één grote ontmanteling van actieve reintegratie-ondersteuning aan de gang. Dit is een ontwikkeling die wij niet willen, maar die nu wel plaatsvindt.

Voorzitter, het college wijst op risico’s en doet aan risicobeheersing, maar we missen protest tegen deze ontwikkeling in het raadsvoorstel. U zult zeggen… ja, wij kiezen er ook niet voor, we moeten wel, laten we het zo goed mogelijk doen. Dus, hoe beperken we de schade de komende jaren? Helaas neigen het raadsvoorstel en de achterliggende notitie er naar vooral de financiële schade te willen beperken. Wij willen juist in de invoeringsstrategie juist de maatschappelijke schade zoveel mogelijk beperken en liever ombuigen naar maatschappelijk rendement. Er wacht ons een moeilijke taak. We roepen het college op om bij de nadere uitwerking van de plannen te sturen op 4 aspecten:

  1. Voorkom dat doelgroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt met elkaar moeten concurreren. Als in de notitie PostNL genoemd wordt als goed voorbeeldbedrijf in het benutten van de capaciteiten van mensen met een beperking (pag. 30), dan maken we ons hier zorgen over. Je moet niet uitgaan van bestaand werk, je moet nieuw werk maken. Juist voor deze doelgroep, voor de 1,5 miljoen mensen die nu op de reservebank van de arbeidsmarkt zitten.
     
  2. Voorkom desintegratiekosten. Ontmantel de SW-bedrijven niet, maar laat ze slim samenwerken. Op veel terreinen zijn de SW-bedrijven succesvol in het begeleiden van mensen met een beperking. Ga het wiel niet opnieuw proberen uit te vinden in Lekstroomverband, maar bouw de bestaande structuren om. De gemeente dient een voortrekkersrol te spelen bij het werven van arbeidskrachten met een beperking. We denken dat gemeenten zelf ook in eigen huis nog meer kunnen doen.
     
  3. Zorg ervoor dat de werkloosheid in Nederland geen overheidszorg, maar ieders zorg wordt. In de toekomst willen we dat werkgevers verantwoording afleggen over hun werkgelegenheidsinspanning voor de NV Nederland. We moeten ons afvragen: een werkgever die bijvoorbeeld 5 jaar lang niet in staat is om aan arbeidskrachten te komen in Nederland, wat is de maatschappelijke waarde van dat bedrijf?  Maar daarbij hoort ook dat we het aantrekkelijk(er) moeten maken voor werkgevers om mensen in dienst te nemen die niet op eigen kracht hun salaris kunnen terugverdienen.
     
  4. Tenslotte het belangrijkste punt; wij geloven niet dat er voldoende nieuw werk los gaat komen bij werkgevers. We moeten dus banen gaan creëren. Vernieuwende innovatieve banenplannen, waarbij opleiding en werk worden gecombineerd. We zien het nog nauwelijks gebeuren. Nog niet. Kunnen we volgend jaar zeggen: Er is veel gebeurd, er zijn 500 nieuwe betaalde baancombinaties gecreëerd! Pas dan zijn we met de invoeringsstrategie op de goede weg!