Vragen bij omgevingsvergunning paragliden

Recent heeft het College van B en W een omgevingsvergunning afgegeven, waarbij de vliegtermijn paragliden verlengd wordt van 1 april tot 1 november en het aantal gelijktijdig op het perceel aan de Achterdijk in Schalkwijk aanwezige personen is uitgebreid tot 50 personen. We hebben begrepen dat de bestuurlijke uitwerking van de gemaakte afspraken met de weidevogelwerkgroep niet volledig in de vergunning terecht zijn gekomen. GroenLinks vraagt zich af hoe ervoor gezorgd wordt dat broedende vogels in aanpalende percelen beschermd worden. Reden om in het Rondetafelgesprek van 24 juni hierover vragen te stellen.

Rondvraag n.a.v. afgegeven omgevingsvergunning Paragliding

Recent heeft het College van B en W een omgevingsvergunning afgegeven, waarbij de vliegtermijn paragliden verlengd wordt van 1 april tot 1 november en het aantal gelijktijdig op het perceel aan de Achterdijk in Schalkwijk aanwezige personen is uitgebreid tot 50 personen. De vergunning is een uitwerking van de motie van 22 december 2012, waarin de raad het college opriep te onderzoeken of verruiming van de tijdsperiode voor paragliding mogelijk was. De motie van 22 december 2012 riep het college op om de uitspraak van de Rechtbank Utrecht en de door de ondernemer voorgestelde compensatie voor de broedvogels in acht te nemen bij de uitwerking van de motie.

We hebben begrepen dat de bestuurlijke uitwerking van de gemaakte afspraken met de weidevogelwerkgroep niet volledig in de vergunning terecht zijn gekomen. Zo is als voorschrift alleen opgenomen dat op het terrein schouwingen gedaan worden op aanwezigheid van broedvogels maar niet op direct naastliggend terrein, waar in het voorjaar ook vogels kunnen broeden. Dit had ook bij de vergunning-afgifte geregeld kunnen worden. Door dit niet te regelen wordt het veel lastiger om als gemeente handhavend op te kunnen treden bij overtredingen door de ondernemer. De huidige vergunning bood alleen de mogelijkheid in de periode na de eerste week van juli tot en met eind oktober paraglidingactiviteiten te laten plaatsvinden. De nieuwe vergunning was nog niet verleend, toch zijn dit voorjaar al verschillende keren paraglidingactiviteiten waargenomen. Op grond van enerzijds het optreden van de ondernemer dit voorjaar en anderzijds de beperkte bestuurlijke uitwerking is onze vraag:

  1. Wat gaat de wethouder doen om ervoor te zorgen dat broedende weidevogels in de aanpalende percelen in het voorjaar toch bescherming ervaren? Hoe gaat de gemeente nu handhaven als de ondernemer zich niet in de geest van de overeenkomst gedraagt?
  2. Op welke wijze is de door de ondernemer getoonde bereidheid om compensatie voor de broedvogels te realiseren ingevuld?