GroenLinks komt met initiatiefvoorstel afdekken vrieskisten in supermarkt

In supermarkten gaat veel energie verloren doordat de kisten en kasten met gekoelde produkten niet allemaal afgedekt zijn. Twee leden van de GroenLinks-fractie in de gemeenteraad van Houten hebben een initiatiefvoorstel gemaakt. De leden David Jimmink en Andor van Dijk willen dat supermarkten hun kisten en kasten met gekoelde produkten afdekken, zodat de kou er beter in blijft.

Onderstaand de tekst van het voorstel:

Nummer

(in te vullen door de griffie)

 

Datum:

28 oktober 2007

Steller:

David Jimmink, GroenLinks Houten

Onderwerp:

Afsluiting koelvakken door supermarkten

Voorgenomen besluit:

Verzoekt het college

  • De Houtense supermarkten te verplichten minimaal 90% van hun koel- en vriesvakken permanent af te dekken;
  • Om deze verplichting uiterlijk 1 juni 2010 in te laten gaan;
  • Een plan van aanpak te schrijven waarin wordt beschreven hoe deze verplichting wordt ingevuld;
  • Jaarlijks, bijvoorbeeld in het milieubeleidsplan, te rapporteren over de stand van zaken.

Toelichting:

De supermarkten in Amsterdam en omgeving moeten vanaf 1 januari 2010 minimaal 90% van hun koel- en vriescellen permanent afdekken teneinde te voldoen aan de door de supermarktbranche zelf gemaakte afspraak om tussen 1995 en 2010 tenminste 32% energie te besparen. Aangezien het er niet naar uitziet dat de supermarkten dat gaan halen, zijn de milieudiensten van Amsterdam en IJmond een actie gestart die er toe zou moeten leiden dat de supermarkten in hun gebied een aantal energiebesparende maatregelen treffen, waaronder permanente dag- en nachtafsluiting van hun koel- en vriescellen. Op 12 september jl. zijn door de Raad van State de bezwaren van de supermarkten hierover definitief ongegrond verklaard. Dit heeft tot gevolg dat gemeenten de mogelijkheid hebben de detailhandel aanvullende eisen te stellen voor wat betreft de besparing van energie, mits deze een terugverdientijd hebben van minder dan vijf jaar.

Permanente afsluiting van koel- en vriescellen leidt tot een enorme besparing van het energiegebruik door de supermarkten (tussen 40 en 55%) en is zodoende een niet geringe bijdrage in de terugdringing van de uitstoot van CO2 en de terugdringing van de klimaatverandering.

Het idee achter dit initiatiefvoorstel is het best verwoord door de media vlak na de uitspraak van de Raad van State: “Thuis laat je toch ook niet de hele dag je koelkast open staan?” In de ogen van de initiatiefnemers is dit voorstel dan ook een logisch te nemen actie voor de supermarkten van Houten.

Achterliggende documenten:

Eén bijlage met toelichting

Ondergetekenden

GroenLinks Houten

De heer Andor van Dijk

 

Toelichting bij initiatiefvoorstel over afsluiting van koel- en vriescellen door supermarkten

Op 12 september heeft de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de supermarkten van de regio Amsterdam en IJmond in het ongelijk gesteld in hun verweer in de zaak die ging over de dag- en nachtafsluiting van hun koel- en vriescellen, tezamen met een aantal andere eisen betreffende isolatie en verlichting. Deze zaak was drie jaar geleden in gang gezet door de gezamenlijke milieudiensten van Amsterdam en IJmond. De milieudiensten wilden op deze manier de supermarkten dwingen uiting te geven aan de “Meerjarenafspraak Energiebesparing Supermarkten” die zij in 1999 met de landelijke overheid hadden gemaakt. Hierin hadden de supermarkten toegezegd om in 2010 ongeveer 32% energie te besparen ten opzichte van 1995. In 2004 bleek echter dat de branche veel te weinig ondernam om deze doelstelling te halen: de besparing was toen 4,7%, een jaar later nog maar 3%.

Gemeenten hebben de bevoegdheid om rendabele energiebesparende maatregelen voor te schrijven, mits deze een terugverdientijd hebben van minder dan 5 jaar, op grond van artikel 5 van het Besluit Detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer en voorschrift 1.2.2 van de bijlage II van dat Besluit, welke vanaf 1 januari 2008 (publicatie volgt binnenkort in het Staatsblad) vervangen wordt in het 'Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer'. De bevoegdheid om energiebesparende maatregelen voor te schrijven blijft in dit nieuwe besluit ongewijzigd en kan gezien worden als lokaal maatwerk bovenop de landelijke regels. De in het initiatiefvoorstel gekozen termijn waarop afsluiting dient plaats te vinden sluit aan bij de uitspraak van de Raad van State en EG-verordening 2037/2000, welke na 31 december 2009 de productie van het veelgebruikte koelmeubeltype R22 verbiedt. De supermarkten hebben over een dergelijke termijn bij de Raad van State geen bezwaren geuit.

Met de afsluiting van koelvitrines wordt een zeer aanzienlijke energiebesparing gerealiseerd: ongeveer 62% van het energieverbruik van supermarkten komt voor rekening van de koel- en vriescellen. Wanneer er sprake is van permanente afdekking van de koel- en vriesmeubels, wordt per supermarkt 40-55% energie bespaard. Gezien in perspectief: een gemiddelde supermarkt gebruikt (ongeveer) evenveel stroom als een kantoorpand voor 1000 personen of als 85 woningen. Bij permanente afdekking wordt per supermarkt gemiddeld 70.000 kilo CO2 per jaar bespaard. Als afdekking landelijk beleid zou zijn, wordt jaarlijks in totaal het energiegebruik van 166.000 woningen bespaard.

Bijkomende positieve effecten van dagafsluiting zijn op het gebied van comfort en kwaliteit. Volgens de Voedsel- en Waren Autoriteit is 27% van de etenswaren in vitrines zonder dagafdekking niet koud genoeg; een situatie die in de zomermaanden nog slechter is. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat het aangenamer winkelen is in gangpaden waar geen koudegolf uit de vitrines valt en dat producten mooier ogen aangezien er geen sprake meer is van condensvorming.

Het verweer van de supermarkten komt neer op terugverdientijd, lagere personeelslasten, concurrentievervalsing en omzetverlies. Hierover het volgende:

  • Dagafdekking van koelvitrines komt in het algemeen neer op eenvoudige deuren van glas of plexiglas die scharnieren of schuiven. Dit betreft een eenvoudige techniek die eenvoudig is toe te passen en die kunnen worden ingevoerd op natuurlijke momenten waarin een supermarkt zijn inventaris vernieuwt of als tussentijdse investering. Deze investeringen verdienen zich binnen 5 jaar terug door een lagere energierekening; jurisprudentie laat zien dat de rechter 5 jaar als een redelijke termijn beschouwt. De termijn om e.e.a. in te voeren voor 1 januari 2009 wordt door de Raad van State als redelijk beschouwd.
     
  • In de exploitatie van de supermarkt zorgt dagafdekking per saldo niet voor hogere personeelslasten. Het laden van de meubelen met producten duurt iets langer dan gebruikelijk, maar het onderhoud vraagt op zijn beurt juist minder tijd, ondermeer omdat er minder condensvorming optreedt en er minder overlast is van ongedierte, zodat er dus minder vaak moet worden ontdooid.
     
  • Van concurrentievervalsing is geen sprake omdat in één keer alle supermarkten in Houten verplicht worden de koel- en vriesvakken permanent af te dekken.
     
  • Zwitsers onderzoek heeft aangetoond dat het argument dat afdekking een barrière vormt tussen klant en producten, waardoor vooral de omzet van impulsaankopen in zou zakken, niet valide is. Na gewenning kwam daar de omzet weer snel van een dip terug op normaal niveau. De milieudiensten van Amsterdam en IJmond hebben wel gehoor gegeven aan dit argument: voor impulsartikelen mogen aldaar enkele meters koelvitrine zonder afdekking voorkomen (deze motie volgt zo veel als mogelijk de Amsterdamse situatie; dit verklaart de “minimaal 90%” in het dictum van deze motie).

Dagafsluiting is in Zwitserland en Duitsland gemeengoed en in België (Colruyt) is het bezig te wortelen; in deze landen zijn de supermarkten hierover positief.

 

Bovenstaand betoog kan het best samengevat worden met de woorden waarmee deze zaak in de media terechtkwam: “Thuis laat je toch ook niet de hele dag je koelkast openstaan?” In de ogen van initiatiefnemers is permanente afdekking van koel- en vriesmeubels weliswaar een kleine maatregel in strijd tegen de opwarming van de aarde, maar wel een die helemaal past in het kader van “Think global, act local”.